Til me op en geef me moed

Bij binnenkomst in de Oude Helenakerk speelt Harry van Wijk op het kistorgel en Gerrit Heersink op de fluit. Ze spelen twee delen uit een sonate van Marcello. Bij de ingang ligt een liturgie met de teksten van de te zingen liederen en de te lezen Bijbelgedeelten. De voorganger in deze dienst is ds. Gerhard ter Maat, emeritus-predikant van Wierden, geboren en getogen in Aalten. Bert Helmink heet de kerkgangers welkom. Het geluid levert problemen op, wat hij zegt is niet te verstaan. Eerst bemoeit de ouderling van dienst zich ermee, dan hangt koster Arjen Timmers hem de microfoon van de dominee om het hoofd en tenslotte snelt gepensioneerd elektricien Wikkerink naar voren om de volumeknop wat hoger te zetten. Applaus klinkt in de kerk. Er wordt een bericht voorgelezen. Op de bijzondere gemeenteavond is met grote meerderheid besloten ds. Folkert de Jong te beroepen. De grote kerkenraad heeft dat besluit overgenomen, de beroepingsbrief is overhandigd op 9 juli jl. en de aannemingsbrief is terstond ondertekend. Op de website en in Kerkvenster zal de nieuwe predikant worden voorgesteld. De beroepingscommissie wordt bedankt voor haar werkzaamheden. Van lied 801 worden de verzen 1,2,3,4 en 7 gezongen.

Na stil gebed, bemoediging en groet zegt de dominee dat het fijn is dat er een nieuwe predikant in Aaltens is. Wat er niet bij werd gezegd is dat hij vanuit Andel komt, ds. De Jongs eerste gemeente. Andel was 43 jaar geleden ook de eerste gemeente van ds. Ter Maat. Met zijn vrouw ging hij ernaar toe, met twee kinderen en zijn vrouw in verwachting ging hij er vandaan. Dan vraagt de dominee: ‘Waarom bent u hier gekomen?’ We zijn hier omdat we beseffen dat we het in ons leven niet redden zonder God en zonder elkaar. Dat willen we zingend aan God vertellen. Gezongen wordt lied 911:2. De dominee spreekt het gebed om ontferming uit. Paulus schrijft aan de Korinthen wat volgens hem de kern van het geloof is, de dominee leest uit de Bijbel in gewone taal 1 Kor. 1:18. De dominee zegt dat het kruis het symbool is van het christelijk geloof. De dominee draagt een kruis. Onlangs had hij een gesprek met een moslim. Die zag het kruis op zijn hart. Ze spraken met elkaar over het geloof en vertelden elkaar daarover. Met een handdruk gingen ze uit elkaar. De dominee vindt het belangrijk om herkenbaar te zijn als christen. Door te laten zien wat je doet, maar ook heel simpel: door het dragen van een kruisje. Daarover wordt vers 4 van lied 911 gezongen.

Na het gebed om verlichting met de Heilige Geest kijkt de dominee om zich heen maar er zijn geen kinderen voor de nevendienst. Hij had willen wijzen op het kruis op zijn stola. Maar hij draagt nog een kruisje. Dat is het Tau-kruis. Dat kruis komen we tegen in onze lezing. Gelezen wordt Ezechiël 8:1-15 waarna de verzen 1 en 3 van Psalm 77 worden gezongen. Hierna wordt Ezechiël 8:16 tot 9:4 en 11:24-25 gelezen. Hierna volgt muziek, Harry van Wijk en Gerrit Heersink spelen Largo uit de sonate van Marcello. De tekst voor de verkondiging is Ezechiël 9:4b: ‘… zet een merkteken op het voorhoofd van iedereen die jammert en klaagt om de gruwelijke dingen die er in de stad gebeuren’.

De dominee begint zijn verkondiging met te vertellen over een rondleiding in Dordrecht. Leden van zijn gemeente kregen leden van de Evangelische gemeente uit Ridnik (Polen) op bezoek. Ze gingen naar de stad die zo belangrijk is voor het Nederlands protestantisme. De Synode van Dordt besloot tot een Bijbelvertaling, dat werd de Statenvertaling. Een van de leden van de groep wist veel van Dordrecht. Ze wees op de gevels. Ze kregen allemaal pijn in de nek en hoefden nog net niet naar de fysiotherapeut. Net als je hier de hele tijd, naar omhoog, naar die prachtige muurschilderingen kijkt. Vanmorgen gaat het over een rondleiding door het oude Jeruzalem. Nu is het de Heer die optreedt als gids en Ezechiël rondleidt. Ezechiël is met de elite van het volk weggevoerd naar Babel. Jeruzalem en de tempel staan nog overeind. Die zullen bij het tweede transport worden verwoest. Zes jaar daarna, in 592 voor Chr., komen de oudsten bij hem op bezoek. Waarom? Zij zoeken troost, ze zijn nog steeds in verwarring. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Waarom bevinden we ons nu zo ver van Jeruzalem en van de tempel.

Vanmorgen gaat het om het volk van God, het gaat niet om mensen buiten dat volk. Als we dat doortrekken naar het heden gaat het om ons. Door Jezus zijn we gaan geloven in de God van Israël. Het gaat om mensen binnen de kerk. Als we ons dat realiseren wordt het actueel. De dominee merkt de verwarring, hier en in andere plaatsen waar hij preekt. Hoe heeft het kunnen gebeuren. Zeventig jaar geleden zaten de kerken stampvol. En nu? We kunnen wel wat troost gebruiken en moed voor de toekomst. Terwijl de oudsten in Babel bij Ezechiël zijn gebeurt er iets bijzonders. Ezechiël wordt gegrepen door de hand van God, de Geest van God tilt hem op in een visioen. Wie wil dat niet in deze tijd, zo verwarrend, beangstigend en zo vol vragen over de toekomst van mezelf, van de kerk en van de wereld. Niet voor niets is het lied ‘You raise me up’ heel populair geworden, ook onder jongeren. Wanneer ik neerslachtig ben, dat God me optilt. Dat willen we graag. Daarom gaan we dat zingend tegen God zeggen. Het lied wordt gezongen, in de Nederlandse tekst.

Het overkomt Ezechiël. God tilt hem op en neemt hem mee in een visioen voor een rondleiding door Jeruzalem. God laat hem zien wat er aan de hand is. De rondleiding begint aan de rand van de stad en eindigt in het centrum, bij de tempel. Steeds vraagt God: Ezechiël, zie je het wel? In die vraag proef je de pijn van God. Bij de poort op het Noorden brengen mensen een offer. Ze hebben zich verwijderd van de plek waar dat is toegestaan: de tempel. Voor ons is dat herkenbaar. Langzamerhand neem je afstand van het geloof, je verwijdert je van het centrum van het geloof. Je bent nog wel religieus maar daar is alles mee gezegd. God neemt Ezechiël een klein eindje verder mee, de stad in. Zeventig oudsten branden heel stiekem wierook voor een andere god. Die oudsten hadden een leidinggevende functie. Het is herkenbaar in onze tijd. Je bent leidinggevende en je bent christen. Dan gelden andere wetten dan wat je als christen zou moeten doen. Stiekem doe je mee en dan blijken de gevaren. Metoo, je meent zomaar te kunnen beschikken over het lichaam van een mindere. En de zucht naar geld, dat hebben we van de banken geleerd, is onverzadigbaar.

God neemt Ezechiël nog verder mee de stad in. Vrouwen vereren de god Tammuz. Dat is een god die sterft wanneer de zomerhitte de planten verdort maar weer opstaat wanneer de regenperiode aanbreekt. Een god van levenskracht die toekomst blijkt te hebben. Toch wel handig om naast de God van Israël een extra garantie bij de hand te hebben die de toekomst van jou en je gezin veilig stelt. Opnieuw herkenbaar voor ons. We proberen krampachtig onze toekomst uit te stippelen en menen die in de hand te hebben. We vergeten dat onze toekomst in Gods hand ligt. Dan brengt God Ezechiël naar het hart van de stad, de tempel. Zie je het Ezechiël? Er komt geen eind aan de pijn in het hart van God. Daar staan 25 mannen met de rug naar de tempel en het gezicht naar de zon. De God van Israël is voor hen onzichtbaar maar de zon wel. Die komt elke morgen op en gaat elke avond onder, dat geeft vastigheid. Het is herkenbaar voor ons. Ook wij keren de tempel de rug toe. Die tempel is niet een gebouw van stenen. Bij de tempelreiniging valt Jezus woedend uit. ‘Breek deze tempel af en Ik zal hem in driedagen weer opbouwen’. Daarbij dacht Hij aan de tempel van Zijn lichaam. Om deze woorden is Jezus veroordeeld tot het kruis. Hij, de gekruisigde, vormt als tempel van God het hart van het christelijk geloof. Maar wij, mensen van de 21e eeuw, zeggen net als in Korinthe, je bent niet wijs als je daar nog in gelooft. En wij keren deze tempel de rug toe.

Ezechiël moet wat hij gezien heeft vertellen aan de oudsten. Wat voor troost zit daar in? Ze worden geconfronteerd met al wat er mis is met het volk van God, met hun eigen schuld. Wat voor troost zit er in voor ons? Voor mensen die zien hoe kerkgebouwen overbodig worden. Misschien mag je het zo bekijken. In Zijn trouw aan mensen confronteert God hen met alles wat er mis is gegaan zodat ze schuld kunnen belijden en God met hen een nieuw begin kan maken. De God van Israël die als Onzichtbare in de tempel woonde en die enkele eeuwen daarna zichtbaar aanwezig is in de tempel die Jezus heet. Is het nog te zien in onze manier van doen en laten, in onze manier van kerk zijn, dat wij Jezus de gekruisigde als Heer hebben die het centrum van ons geloof is? Zo niet, laten we dan schuld belijden zodat God et ons een nieuw begin kan maken.

Het genadige van God in dit visioen is dat God zeven mannen tevoorschijn roept. Zes met een dodelijk wapen, de zevende is in linnen gekleed als een priester. Zeven is in de Bijbel een bijzonder getal. In Israël is de zevende dag de sabbat. In de ballingschap heeft deze zevende man geen dodelijk wapen maar een inktkoker. Hij mag een teken schrijven op het voorhoofd van elk mens die vindt dat het verschrikkelijk mis is gegaan. Er zijn nog mensen over die terug willen gaan naar de bedoeling van God met Zijn volk. Het teken is het teken van de Tau, zoals op de voorkant van de liturgie. Het is ook de eerste letter van de Thora, de wet van God. De letter Tau heeft de vorm van onze hoofdletter T, twee streepjes die elkaar kruisen.

In elke tijd geeft God zijn volk de gelegenheid om opnieuw te beginnen. Tot die ontdekking kwam in de 13e eeuw Franciscus van Assisi. Opgegroeid in een rijk gezin waar alles is gericht op geld, meer geld en handel. Maar gaandeweg verandert hij. Hij komt in een bouwvallig kerkje en ziet een kruis aan de muur. Het is alsof de levende Christus hem aanspreekt. Zie je niet hoe bouwvallig het is. Samen met twee rijke vrienden ziet hij af van bezit. Het volgen van Jezus kan niet samengaan met zoveel mogelijk geld willen verdienen. Het volgen van Jezus betekent in ieder mens een kind van God zien. Het teken van de Franciscaanse beweging is het Tau teken uit Ezechiël. Het teken op het voorhoofd van ieder mens die trouw wil zijn aan de God van Israël en trouw wil zijn aan mensen die tot de kwetsbaren van onze samenleving behoren. De Geest van God tilde Ezechiël op zodat de oudsten in Babel al iets kunnen vermoeden van het nieuwe begin dat God met Zijn volk wil maken. De Geest wil ons optillen uit onze moedeloosheid om ons in te schakelen bij een nieuw begin van de kerk. De Tau is het teken uit het Oude Testament dat ons verwijst naar dat ander kruis. Het kruis van Jezus Christus, teken van vergeving en teken van hoop op een nieuwe toekomst.

Na het amen van de preek wordt vers 3 van lied 360 gezongen. Er is een afkondiging van overlijden van drie leden van de gemeente waarna vers 5 van lied 247 wordt gezongen. De dank- en voorbeden worden uitgesproken gevolgd door stil gebed en het Onze Vader. Harry van Wijk en Gerrit Heersink spelen tijdens de collecte het Allegro uit de sonate van Marcello en tot slot worden de verzen 1,5 en 6 van lied 578 gezongen waarna de dominee de zegen uitspreekt.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Min. van Fin. Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.