Themadienst over Job

Binnen het kerkgebouw van de Oude Helenakerk ligt bij de drie deuren een liturgie voor elke kerkganger gereed. Het is een liturgie waarin ds. Wim Everts een paar tekeningen heeft laten opnemen over het thema van de dienst: Job. Als de kerkenraad al vanuit de consistorie heeft plaatsgenomen komen nog een paar kerkgangers binnen. De dominee attendeert iemand op de liturgie die hij in het voorbijlopen van de kerkenraadsbank plukt. Ilse Heusinkveld heet de kerkgangers welkom. De organist is vanmorgen Joop Ormel. Ze deelt ook mee dat ds. Wytze Andela en ds. Marieke Andela-Hofstede bereid zijn gevonden het crisispastoraat in de wijk IJzerlo waar te nemen gedurende de ziekte van ds. Faber. Van Psalm 139 worden de verzen 1 en 7 gezongen waarna de dominee bemoediging en groet uitspreekt. De dominee heeft wel een toga meegenomen maar die heeft de verkeerde kleur. Daarom verschijnt hij vanmorgen in pak. Hij zegt nog iets over Aswoensdag en zes zondagen voor Pasen. Maar voor het eerst in zijn bestaan als predikant verschijnt hij in een kostuum. Een lichtgrijs kostuum met wit overhemd en bijpassende das dat hem niet misstaat op de kansel.

Uit ‘Het liefste lied I’ wordt lied 56 gezongen gevolgd door het gebed voor de nood van de wereld waarna als Gloria lied 303 wordt gezongen en het gebed om de leiding van de Geest volgt. De dominee leidt het thema in. Vanmorgen is er een themadienst over Job, vanavond een muziekdienst. Het boek Job is een raamvertelling, waarbij het ene verhaal de omlijsting vormt van het andere. De hoofdstukken 1 en 2 aan de ene kant en het hoofdstuk 42 vanaf vers 7 zijn de omlijsting. Het is proza, de verhaalvorm. Daartussen de kern van het boek, dat is geschreven in poëzie, in dichtvorm. In de liturgie staat een schema op pagina 4. Er zijn 412 verzen, in de helft is Job aan het woord en in de andere helft de vrienden van Job en uiteindelijk ook God. De helft van de verzen van Job is tweeregelig, de andere helft drieregelig. Het boek Job is zeer zorgvuldig gecomponeerd.

In het begin van de raamvertelling wordt verteld dat Job op een dag alles kwijt raakt. Toch blijft hij geloven en belijdt: ‘De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen. De naam van de Heer zij geprezen’. En als zijn vrouw zegt: ‘Vervloek God toch en sterf’ zegt Job: ‘Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet aanvaarden?’ Dat is zijn geloof, het beste dat Job in zijn leven geloofd heeft. Met die woorden van Job eindigt het eerste gedeelte van de raamvertelling dat een opstapje is naar het middengedeelte. Aan het slot van het boek horen we hoe God een keer brengt in het lot van Job.

Om het middengedeelte gaat het. De vrienden van Job komen bij hem op bezoek. Volgens hen moet het lijden van Job een reden hebben. Er moet een zonde zijn in Jobs leven. Hij moet voor God zijn schuld belijden. Job weigert te erkennen dat hij iets verkeerd gedaan heeft. Hij protesteert tegen wat hem overkomen is. Eerst had hij nog zijn geloof maar nu is hij dat kwijt. Vragen zijn overgebleven, dat is zijn klacht naar God. ‘Waarom moet dit mij overkomen, waar heb ik dit aan verdiend? Waarom verbergt U uw gezicht en behandelt U mij als uw vijand? Hij is in woede tegen mij ontstoken en heeft mij tot Zijn aartsvijand gemaakt’. Het lijkt wel een heel andere Job te zijn.

Als Job uitgesproken is antwoordt God hem vanuit de storm. In het antwoord wordt niet teruggegrepen op die scene in de hemel met dat gesprek tussen God en de satan. Dat is de omlijsting waaraan we niet te grote conclusies mogen hechten. God zegt niet dat het lijden dat Job overkomen is om zijn geloof op de proef te stellen. Zo kun je het lijden dat de mens is overkomen niet verklaren. God laat zich niet door een of andere macht tegen de mens opjagen. In het antwoord vanuit de storm gaat het om de grootsheid van de Schepping. God geeft een geweldige beschrijving van de natuur en stelt vragen aan Job die hij niet kan beantwoorden. Job beseft hoe weinig de mens weet en hoe beperkt het menselijk verstand is. God zet Job in de ruimte van Zijn Schepping en laat iets zien van Zijn liefdevolle zorg voor alles wat er bestaat. Ook Job mag zich opgenomen en gedragen weten in Zijn eindeloze liefde.

God spreekt vanuit de storm. Willen we het antwoord goed begrijpen dan moeten we iets weten van het wereldbeeld uit die tijd. In de liturgie, op pag. 5, staat een tekening. De aarde is een platte schijf. Over de aarde is het blauwe hemelgewelf uitgespannen als een veilige koepel. De zon, maan en sterren zijn lichtjes die door God aan dat gewelf bevestigd zijn. Boven het hemelgewelf en onder de aarde is het water. Boven het hemelgewelf waren voorraadkamers en daarin sluizen. Gingen die open dan ging het regenen of kwam er wind met hagel of sneeuw. Onder de aarde is ook water. Om te voorkomen dat de aarde wankelt zorgt God ervoor dat de aarde vaststaat. Ze staat op grondvesten, er zijn vier getekend. Die grondvesten staan op sokkels. Zo staat de aarde vast en kan niet wankelen. Telkens kom je die gedachte tegen in de Bijbel en ook in de Psalmen. De hemel boven ons, wij op aarde en onder ons het dodenrijk.

Uit dit Bijbels wereldbeeld blijkt dat het leven op aarde gezien wordt als een heel bedreigd leven. Van alle kanten is de wereld omgeven door water, de chaosmacht. In het begin was er alleen water. In het Schepping drijft God het water van de oervloed uiteen. Het hemelgewelf is een beschermende koepel tussen de wateren. Ook in het antwoord dat God aan Job geeft speelt water een belangrijke rol, het water als de chaosmacht.

Van het antwoord van God uit de storm, in Job 38, leest de dominee een groot gedeelte waarna van lied 904, Beveel gerust uw wegen, de verzen 1,4 en 5 worden gezongen.

Ook in het antwoord van God wordt de zee als scheppingsvijandige macht gezien, voor alles waar de mens aan ten onder kan gaan. Er wordt in mythische beelden gesproken. De oervloed die uit de schoot van de aarde breekt en die God heeft afgesloten met deur en grendelbak. Zo legt God aan die chaosmacht Zijn grenzen op en toont Zijn zorg voor de Schepping. Job mag weten dat God voortdurend strijdt tegen alles wat het leven op aarde bedreigt. Niet alleen de zee maar ook de duisternis behoort tot de chaosmachten. In het allereerste begin, toen de aarde in diepe duisternis gehuld was, heeft God het licht tevoorschijn geroepen. Het licht komt van God. Daarom vraagt God aan Job: ‘Job, heb jij ooit de morgen ontboden? Job, weet jij waar de weg is naar de oorsprong van het licht?’ Job kan dat niet weten, alleen God weet die weg. Job mag erop vertrouwen dat God met deze wereld een weg gaat van de aller diepste duisternis naar het uiteindelijk eeuwig licht.

In de tekening op pag. 6 van de liturgie is dat weergegeven. Bovenaan de donkere cirkel, dan de beginsituatie van onze wereld en dan eindigt het met het licht. God roept het licht tevoorschijn en stelt een grens aan het water van de oervloed. Dat is de wereld waarin wij leven. En wereld die zowel licht als donker is, met goed en kwaad. Een wereld waarin God nog steeds strijdt tegen alles wat niet goed is en het leven bedreigt. Nog steeds is God bezig de duisternis te verdrijven. God heeft ons mensen geschapen naar het licht toe opdat wij dragers van het licht zullen zijn. Dat is de zin van onze geschiedenis, daartoe zijn wij op aarde. De Bijbel eindigt met dat visioen van een wereld zonder duisternis en dood waarin alle leed overwonnen is. De zee zal er niet meer zijn.

Met Zijn vragen plaatst God Job in de ruimte van Zijn schepping. Kijk omhoog naar de sterren, kun je ze tellen? ‘Ik ken alle sterren, niet een zal vallen uit Mijn hand.’ Job, let op de wolken, heb jij invloed op de weg waarlangs zij gaan? ‘Die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan. Zal ook wel wegen vinden, waarlangs uw voet kan gaan’, zongen we. Zo roept God een lijdend mens op te blijven vertrouwen. Het lijden wordt niet verklaard maar er is wel verlossing uit het lijden. Tegelijk is er de oproep aan ons het lijden te bestrijden. Al in de oude kerk wordt Job gezien als een voorbeeld van de lijdende Christus. In Zijn lijden, zo zegt het geloof, heeft God zelf deel gekregen aan het lijden van de wereld. Dat is de verkondiging van het Kruis dat God met Zijn liefde in ons bestaan aanwezig wil zijn en ons nooit alleen laat. Job heeft het ervaren. Zo horen we Job aan het slot zeggen: ‘Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd’. Geplaatst in de ruimte van de Schepping beseft Job hoe beperkt het menselijk verstand is. Jobs ogen zijn opengegaan voor Gods aanwezigheid in het grootse maar ook in het heel kleine van de Schepping. Heel de schepping wordt voor Job transparant. God en de wereld zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden. In elke zonnestraal zien we iets van het licht van God. Wat er ook in ons leven is, God is dichtbij. Het is een weten dat zich aan ons opdringt wanneer wij geplaatst worden, net als Job, in de ruimte van Gods Schepping.

Job stelde vragen naar het waarom. Maar wilde hij wel antwoord van God? Zou hij daarmee geholpen zijn? De dominee denkt van niet. Wat Job wil is niet een antwoord van God, maar een God die antwoord geeft. Een God die laat zien dat Hij om ons bewogen is. God geeft dus geen verklarend antwoord op al onze vragen, God geeft zichzelf als antwoord. Wij mogen erop vertrouwen dat God nabij is. Dat God een weg weet door het duister naar het licht. Het boek Job is uiteindelijk een boek van hoop. Het zegt ons: Alles komt goed.

Na het amen van de preek wordt het lied ‘Verborgene, naar wie ik tast …’ gezongen, een lied van Sytze de Vries. Er is een afkondiging van overlijden van een 99jarig lid van de gemeente waarna vers 1 van lied 755 wordt gezongen. De dank- en voorbeden worden uitgesproken gevolgd door stil gebed en het Onze vader. Na de collecte wordt lied 919 gezongen en na de zegen wordt lied 425 nog gezongen.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Min. van Fin. Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.