Plasterk geen minister-president

Het was al een vreemde constructie: Een lid van een andere dan een coalitiepartij voorzitter van de raad van ministers. Een PvdA-lid aanvoerder van een rechts kabinet. Ambitie dreef hem. Inlevering van sociaaldemocratische principes voor het bureau in het Torentje. Een handigheidje met het verkrijgen van een patent voor een vaccin, door een ander vooral ontwikkeld, komt al eind maart aan het licht door onderzoeksjournalistiek  van de NRC. Die krant publiceerde zaterdag jl. een vervolgartikel. De steun voor Plasterk brokkelde snel af. Vandaag trok Plasterk zijn conclusie. Ik vond het vreemd dat de grootste partij afziet van het leveren van de minister-president. Wilders mag het niet worden, maar behalve hem is er kennelijk geen geschikte kandidaat in de PVV.

Men zou een eenvoudige regel kunnen hanteren. Als de grootste partij niet in staat is de premier te leveren, dan wordt gekeken naar een kandidaat uit de tweede partij in grootte. Dat is de VVD. Kan die ook niet leveren dan de derde partij, dat is de NSC. Tenslotte de vierde partij: BBB (Mona Keizer loopt zich al warm). Een minister-president van een andere partij kan wel maar is politiek onwenselijk. Deze coalitie moet de ministers leveren, inclusief de eerste minister. Het is politiek onwenselijk om een lid van een linkse partij voorzitter te maken van een rechts kabinet. Het is geen centrumrechts kabinet, maar een kabinet rechts van het midden. Rechts tot zeer rechts. Wilders moet niet kijken naar de PvdA, ook niet naar het CDA, of een andere middenpartij, maar naar een kandidaat uit een van de vier partijen die dit regeerakkoord zijn aangegaan.

Het regeerakkoord op hoofdlijnen beslaat 26 pagina’s met een financiële bijlage van 12 pagina’s. Het akkoord bevat best een aantal goede uitgangspunten van beleid. Zo kan het asielbeleid beter met kortere procedures en minder beroepsmogelijkheden. Toen ik nog burgemeester was zag ik al dat de procedures veel te veel tijd in beslag namen en dat de beroep- en bezwaarmogelijkheden vele waren. Te veel. Dat daar de bezem door gaat is niet meer dan logisch. Ook op andere beleidsonderdelen bevat het hoofdlijnenakkoord te waarderen veranderingen van beleid.

Niet alles waardeer ik positief. Het akkoord heeft naar mijn smaak geen gemeenschappelijke basis. Wat willen we met ons land? Welke industriepolitiek moet worden gevoerd? Op welke sectoren van de economie moet het beleid worden gericht? Ofwel in welke sectoren moet de bevolking haar inkomen verdienen? Welk land willen we internationaal zijn? Een paar passages waarin beschreven wordt wat de partijen bindt op de toekomst van ons land. Ik mis het. Het akkoord bestaat veeleer uit vier boodschappenlijstjes. Asielbeleid, landbouw voorrang boven natuur,  bestaanszekerheid en goed bestuur, solide overheidsfinanciën; elke partij heeft gewinkeld en gepakt wat de anderen toestonden. Ik kan vele voorbeelden noemen, maar dit bericht is daar de plek niet voor. Een algemene indruk. Het hoofdlijnenakkoord ademt de sfeer van behoud en terugdraaien van beleid waar men het niet mee eens was. Een voorbeeld: de spreidingswet wordt teruggedraaid. Dat is regelrecht bestuurlijk vandalisme. Elk land dient asielzoekers overeenkomstig internationale verdragen asiel te verlenen. Nederland bestaat uit provincies en gemeenten. Dus in elke provincie of in elke gemeente moeten asielzoekers gehuisvest worden. Niet: kunnen worden. Een andere voorbeeld. Er zijn 160 Natura2000 gebieden in Nederland. Deze vier partijen willen nog eens alle gebieden tegen het licht houden. Natuurlijk met het doel om kleine gebieden die status te ontnemen. Een onzalig plan. Bovendien is het naar mijn smaak tegenstanders van die gebieden naar de mond praten. De EU is er in de 90-er jaren van de vorige eeuw mee begonnen, Elk land mocht gebieden aanwijzen. Dat heeft Nederland rond 2000 gedaan. Daarna volgde de implementatie door de provincies. Dat was rond 2010 klaar. Vervolgens is begonnen met de uitvoering. Tenslotte nog een opmerking over de financiën. Bezuinigingen opvoeren als reëel terwijl het niet zeker is dat het daarbij behorende beleid uitvoerbaar is, grenst aan duimzuigerij. De vier partijen hebben samen 88 zetels in de Tweede Kamer, een meerderheid, in de Eerste Kamer beschikken ze over 30, een minderheid.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Min. van Fin. Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004
Dit bericht is geplaatst in Actualiteiten, Politiek. Bookmark de permalink.

Eén reactie op Plasterk geen minister-president

  1. JASCHILD schreef:

    MET GENOEGEN EN INSTEMMING GELEZEN. (O.A. EU REGELT ASIELBELEID.WIJ WIJ VOEREN HET GOED UIT (O.A. EFFICIËNTE PROCEDURES, SPREIDINGSWET)
    DANK EN GROET
    JAN

Reacties zijn gesloten.