Eerste Kerstdag in de Zuiderkerk

Kerstversieringen hangen overal in de kerk. Aan het orgel vijf rozetten met witte bloemen, drie aan de pilaren langs het gangpad. Op het vergrote podium, drie treden hoog, een grote kerstboom, het liturgisch bloemstuk met witte bloemen op de tafel en op de preekstoel ook een fraai bloemstuk met witte bloemen. Hans te Winkel speelt bij binnenkomst op het orgel en Martine Winkelhorst op haar trompet. Het Romienenkoor onder leiding van Wim Rijstenberg zit klaar om te gaan zingen. Vlak voor het begin van de dienst spelen orgel en trompet de melodie van ‘Er is een kindeke geboren op aard’. Op het scherm worden de kerkgangers welkom geheten en staan de medewerkenden aan deze dienst. Voorganger is ds. Riemer Faber, de koster is Ger-Jan Voerman, Harm Hoftiezer bedient laptop en beamer en de liturgie vermeldt ook de kinderen en leiding van de kindernevendienst als medewerkenden. Het koor zingt ‘Vrede op aarde’, waarna Rachel Kraaijenbrink namens de kerkenraad ieder welkom heet. Lied 477, ‘Komt allen tezamen…’wordt in wisselzang gezongen. Na bemoediging en groet spreekt de dominee over het liturgisch bloemstuk. Vandaag vieren we dat het Woord van God onder ons is gekomen in de geboorte van het Kind en onder mensen is komen wonen. Daarvan mogen wij getuige zijn, ieder op zijn of haar eigen wijze. ‘Zie, kijk hoe vanuit geloof in de liefde de hoop groeit in een wereld waarin zoveel donker is. Licht breekt door in de geboorte van Gods Mensenkind. Licht breekt door waar mensen Zijn geloof, Zijn hoop en bovenal Zijn liefde leven. Goede God blijf ons verlangen naar die liefde aanwakkeren.’Na het zingen van vers 1 van lied 486 ‘Midden in de winternacht …’ wijst de dominee op de vier kaarsen die branden en die in de afgelopen weken zijn aangestoken. Er is 1 kaars die nog niet brandt, dat is de kerstkaars. ‘Wie wil die aansteken?’ De dominee ziet een vinger omhoog gaan en een meisje komt naar voren en steekt de kaars aan waarna van lied 486 vers 4 wordt gezongen. Na een gebed zingt het koor ‘Gloria intrada’ en is er aandacht voor het advent- en kerstproject. De kinderen komen naar voren, een ‘heleboel’ volgens de dominee. ‘Aan Kerst gaat wat vooraf, weten jullie wat?’ Het antwoord komt niet direct maar een kind weet het: ‘Advent’. De dominee wijst op een plaat op het scherm. ‘Weten jullie nog wat het voorstelde?’ Het ging om verder kijken, met een verrekijker is naar mensen gekeken. ‘Weten jullie nog wie dat waren?’ De plaat van de eerste advent wordt getoond. Waar kijkt die vrouw naar? Een jongen zegt dat ze naar de kamelen kijkt. Dat had de dominee kunnen weten, ‘stom van mezelf’. De vrouw kijkt naar wat komen gaat. De tweede plaat komt op het scherm. Weer de vraag ‘Wie is dat?’ Het is Johannes de Doper. Op de derde plaat staat Jesaja, die van vrede droomt en op de vierde plaat Maria en de engel. Vandaag is er een nieuwe plaat. Een jongen ziet drie herders en een engel. ‘Wat zegt de engel?’ De jongen weet het antwoord: ‘Dat ze naar de stal moeten’. Het projectlied ‘Voor wie in het donker uitzien naar het licht’, en stapellied met vijf verzen, wordt gezongen. Dan gaan 31 kinderen naar de nevendienst. Het kerstevangelie wordt gelezen, uit Jesaja 9:1-6 en Lucas 2: 1- 20. In vier gedeelten wordt het gelezen en na elk gedeelte wordt gezongen, verzen van lied 482, 483, 481 en 498. Wat gelezen en gezongen wordt staat op het scherm, behalve de preek. Voordat de dominee daaraan begint vertelt hij iets over het te zingen lied na de overdenking. Ds. Buskes (1899-1980) heeft een boekje geschreven over de zin en onzin van Kerstfeest. Hij vertelt over iemand die niet gelovig is en op kerst een kerk binnenloopt. Op dat moment wordt ‘Komt verwondert u hier mensen’ gezongen. De man wordt door dat lied gegrepen en wordt gelovig. De dominee hoopt dat we dat lied na de preek zingen alsof we dat voor de eerste keer doen. Dan begint de dominee aan zijn preek. Plato heeft gezegd dat alle filosofie begint met verwondering, dat wordt gevolgd door nadenken dat weer leidt tot begrijpen. Ook het geloof begint met verwondering. Wie heeft er niet als kind, liggend in het gras, zich verwondert over een bloem, of over een vogel die stilstaat in de lucht. Of heeft zich later niet verwondert over de maan die op een avond met je meereist. Of over het feit dat je bestaat, dat je niet in Azië of Afrika geboren bent. Of als ouder over de geboorte van je kind. Van anderen hoor je het, maar als het bij jezelf gebeurt ervaar je het als een wonder. Als je ouder wordt ontdek je dat het allemaal niet vanzelfsprekend is, dat het leven een groot wonder is. Vandaag is het Kerst, vier weken hebben we er naar toe geleefd. We hebben posters gezien van Verderkijkers. De deurwachter, Johannes de Doper, Jesaja en Maria. Vandaag zagen we een engel bij de herders. Die schrokken, maar ze moesten niet bang zijn en naar Betlehem gaan daar zouden ze de redder van de wereld vinden. Daar begint het christelijk geloof. De verhalen van de herders maken indruk. De mensen verwonderen zich, bij de een zal het geloof zijn, bij de ander ongeloof. Verwondering, daar begint het geloof mee. Daarmee is het niet afgelopen, dan begint het nadenken. Maria hoort wat er over haar kindje wordt gezegd en blijft erover nadenken. God zal Hem koning maken en voor altijd over Israël regeren. Maria lijkt het niet te bevatten, maar ze werpt het niet van haar af. Ze blijft er over nadenken. Ze moet aanvaarden dat haar zoon een andere weg gaat dan zij zich had voorgesteld. Maria is niet anders dan wij, ook wij kunnen de dingen van het geloof niet zomaar aanvaarden. Je hebt er een leven lang voor nodig. Een oudere zei eens tegen mij: ‘Vroeger dacht ik het te snappen, nu begrijp ik er niets meer van’. Dat is het begrijpen waar Plato over spreekt. In het geloof is dat anders dan in de logica van de wiskunde of de natuurkunde. Nel Benschop (1918-2005) heeft een gedicht geschreven over Kerstfeest. ‘Weer Kerstfeest, weer diezelfde woorden, van: ‘eer zij God en vrede op aard’ en ondertussen al die moorden, wat is een mensenleven waard?’ Tijdens deze dagen kijken we terug op het afgelopen jaar, wat er gebeurd is. Dat is niet niks. Oorlog in de Oekraïne, het neerschieten van een vliegtuig, de Ebola crisis in West Afrika, de moordpartijen van Isis en vorige week werden er nog meer dan 100 kinderen vermoord in Pakistan. Mensen vragen zich af waar God in dit alles is. Geloven roept soms meer vragen dan antwoorden op. In die wereld komt God ons tegemoet in het kind van Betlehem. Of zoals Nel Benschop in de laatste regels van haar gedicht schreef: ‘Weer Kerstfeest. God vraagt ons vertrouwen, komt in het Kind ons tegemoet. Alleen wie knielt kan Hem aanschouwen: God zelf, als kind van vlees en bloed’. We moeten niet teveel willen begrijpen. God blijft een mysterie. Dat komt nergens mooier naar voren dan in Kerst. God komt in een kind tot ons en wil ons bemoedigen. God laat deze wereld niet alleen, daarom zijn we hier in de kerk bij elkaar. Niet alleen hier, maar op de hele wereld. We blijven niet hier, we moeten er op uit trekken. Het mysterie moet handen en voeten krijgen in ons gewone leven. het einde van de verwondering is het bidden en werken. De herders gingen terug naar hun schapen en trokken verder. Ze droegen een lied in hun hart. Met dat lied mogen wij ook op weg gaan. Wij zien geen ster die voor ons uitgaat. Het Kerstverhaal helpt ons op weg te gaan in deze duistere wereld in het geloof dat Zijn rijk eenmaal zal aanbreken. Of zoals Okke Jager (1928-1992) het eens zei: ‘Eenmaal zal het heelal de maatstaf overnemen van dat kleine hart dat in Betlehem begon te kloppen’. Na het amen van de preek worden van lied 478 de verzen 1,2 en 3 gezongen, ‘Komt verwondert u hier mensen …’ De kinderen komen weer binnen met een lampje in hun ene hand en een versierde sinaasappel in de andere. Ze lopen de kerk door en gaan op het podium staan. Ondertussen wordt het lied ‘Overal op deze wereld’ gezongen. De dominee komt even een praatje maken en is belangstellend wat ze gemaakt hebben. Om de sinaasappel zit een lint. Dat betekent verbondenheid met elkaar. Verder zijn er vier snoepjes. Dat staat voor de vruchten van de aarde in de vier windstreken. Het is een Christ engel (zo versta ik). Met elkaar en met de kinderen zingen we ‘Jezus zegt dat Hij hier van ons verwacht …’ Na de dank- en voorbeden volgt de collecte en ondertussen zingt het koor ‘Licht in de nacht’ en ‘Vrede’. De dominee bedankt allen die aan deze dienst hebben meegewerkt waarvoor zij een royaal applaus krijgen. Onze slotzang is ‘Ere zij God’ en voordat de dominee de zegen uitspreekt leest hij de tekst van een kerstgroet die hij van een vriend ontving. Na de zegen zingt het koor nog een lied. De mooie dienst heeft bijna anderhalf uur geduurd.

Nel Benschop: Kerstfeest
Weer kerstfeest, weer diezelfde woorden,
van: ‘Eer zij God en vrede op aard’
en ondertussen al die moorden,
wat is een mensenleven waard?

Weer kerstfeest en wij leven verder
alsof er nooit een Redder kwam:
de zoon van God, de goede Herder
die zoekt naar het verdwaalde lam.

Weer Kerstfeest en met lege handen
komen wij aarzelend naar de stal
en staan met de mond vol tanden
bij Jezus: Hij die redden zal.

Ach God, hoe lang nog zullen mensen
verdwalen op de lange tocht
van hier naar Bethlehem en wensen
dat U hen eens verschijnen mocht?

Weer kerstfeest. God vraagt ons vertrouwen,
komt in het Kind ons tegemoet.
Alleen wie knielt kan Hem aanschouwen:
God zelf, als kind van vlees en bloed.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Ouderling visitator PKN Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.

2 reacties op Eerste Kerstdag in de Zuiderkerk

  1. Jan Schild schreef:

    Dag Tijme,

    Dit keer heb ik je verslag van de kerkdienst eens goed gelezen (eerlijk gezegd dat doe ik niet altijd). De zoveelste kerstdienst, het valt niet mee daar iets boeiends van te maken. Ik kreeg de indruk dat dat aardig was gelukt. Applaus onderstreepte het. Verwondering als rode draad en geloof als reactie daarop sprak me wel aan. Zonder het contact met de werkelijkheid te verliezen. Het gedicht van Nel Benschop hielp daarbij. Dank voor verslag. Goede kerstdagen, goede jaarwisseling en mijn beste wensen voor 2015. Ook vol verwondering dat we dat nog tegen elkaar mogen zeggen.
    Vr. groet,
    Jan

  2. Martien Opgenoort schreef:

    Dag Tijme
    Goed dat wij ook getuige zijn van Kerstmis in onze kerk. De geboorte van Jezus .
    Zonder Maria was dit niet mogelijk geweest. De verwondering over haar verhaal is groot . Zij verdiend nog meer aandacht .
    Fijn dat we dat tegen elkaar kunnen zeggen, Tijme .
    Moge het jaar 2015 een gezegend jaar worden voor ons gezin en familie .
    Vr. groet: Martien

Reacties zijn gesloten.