Doopdienst in Oude Helenakerk

Buiten is het orgelspel en trompetgeschal in de kerk goed te horen, het geeft een feestelijk tintje aan de doopdienst die vanmorgen in de Oude Helenakerk plaatsvindt. Organist Joop Ormel en trompettist Henk Jan Radstaak geven voorafgaande aan de dienst blijk van hun kunnen. De voorganger is ds. Wim Everts die samen met de doopouders binnenkomt. Een deel van de kerkenraad loopt rechtsom de kansel een ander deel linksom. Annemieke Vink heet de kerkgangers welkom, staande worden van Psalm 139 de verzen 1 en 6 gezongen waarna bemoediging en gebed van toenadering volgen. Wanneer de dominee de kinderen vraagt om naar voren te komen, staan twee leidsters op en brengen twee kinderen mee. Drie kinderen naast mij in de bank blijven zitten. De dominee vraagt of de kinderen het liedje kennen dat net gezongen is. Dat is het lied: ‘Klein, klein kindje, je leven loopt gevaar. Ik maak een biezen mandje en morgen is het klaar’. Vroeger heeft de dominee het op school geleerd. Het is een lied van Hanna Lam. Straks zingen we weer over een klein kindje. Dan is er een kindje gedoopt. Er is wat met de kaars die de kinderen gewoonlijk brandend meenemen naar Elim, maar dat kan ik niet zien. De dominee leest eerst uit Exodus 2:1-10 en daarna uit Marcus 10:13-16. Een vrouw wordt zwanger en brengt een kind ter wereld, een mooi kind. Zo begint de dominee zijn overdenking. Maar het volk van Israël heeft het zwaar te verduren en het kind moet verborgen worden gehouden. Na drie maanden lukt dat niet langer. De moeder heeft een plan. Ze maakt een biezen mandje en samen met een ouder zusje leggen ze het kind in dat mandje in het riet van de oever van de Nijl. Wie is dit kind en wie zijn de ouders? Aan het begin van het verhaal hebben die nog geen naam. Het is alsof de schrijver wil zeggen: Het gaat over iedereen, het gaat over naamloze mensen. Mensen die slachtoffer worden van geweld, zoals in Syrië. Dan kun je vragen: Waar is God? In het verhaal wordt God niet genoemd en er gebeuren geen wonderen. Toch is God aanwezig. Wat God doet, doet Hij in het verborgene. God laat deze wereld niet over aan zijn lot. God is de stem die mensen roept tot liefde, het goede en barmhartigheid. God is een God die mensen innerlijk wil overtuigen en met Zijn geest mensen wil bezielen. Om weerstand te bieden tegen het kwaad en het onrecht dat er is. God gaat schuil achter het handelen van mensen. Hier zijn het drie vrouwen die actief zijn. De moeder en de oudere zus van het kind en de dochter van de farao. Zij zetten zich in voor de bescherming van het leven. Dat redde het kind. Tot grote vreugde van de ouders mag het kind terug naar hen. Dat voelt als een wedergeboorte. Nu pas horen we zijn naam: Mozes. Dat betekent: Ik heb hem uit het water gehaald. De Nijl is de doodsrivier, gevaarlijk en diep. Net als Mozes zal het volk Israël gered worden. Het zal zijn levensopdracht zijn om mensen te redden en zal zich inzetten voor gerechtigheid en vrede. Later trekt het volk van Israël weg uit Egypte onder zijn leiding. Het leger van de farao achtervolgt hen. Dan trekt het volk door het water van de Schelfzee. Beide verhalen zijn doopverhalen. Dopen is gered worden van de dood door het water van de doop. Evenals toen gaan nu een vader en moeder met hun kind naar het water van de doop. Dat is je kind uit handen geven. Net als toen krijg je het kind terug. Straks wordt Lune gedoopt. Ze is weerloos, weet nog niet wat liefde is en gemis. We weten dat God met haar mee zal gaan en in haar leven aanwezig zal zijn als een stille kracht, een bron van liefde. Na het zingen van drie verzen van lied 780 wordt Lune binnengedragen door haar grootmoeder en komen de kinderen terug van de nevendienst. De dopeling wordt voorgesteld en Silvijn, broertje, steekt de doopkaars aan. De doop is het zichtbare teken van een onzichtbaar geheim. Alle mensen komen uit het water als ze geboren worden. Daarom verbeeldt de doop wedergeboorte, dat is de mens die God wordt toegewijd. De ouders beantwoorden de vraag van de dominee door de doopnaam van hun kind te noemen. Hierna luisteren de kerkgangers naar het lied van Jan Smit, ‘Niemand zo trots als wij’ dat mechanisch ten gehore wordt gebracht. De doopvader leest het gedicht: ‘Ik wens je …’ Na het doopgebed en het stellen van de doopvragen wordt de doop verricht. De kerkgangers gaan staan en beantwoorden de vraag om Lune ‘liefdevol en met warmte in uw midden te ontvangen en om samen met haar de weg van Jezus te gaan’ met ‘Ja, dat beloven wij. Het lied ‘Kindje, mijn kindje’ wordt gezongen waarna een kind dat naar de nevendienst is geweest duidelijk en met heldere stem heel mooi een gedichtje over de doopkaars voorleest. Voor het aanhoren van de mededeling van overlijden van vier gemeenteleden gaat iedereen staan. De dank- en voorbeden worden afgesloten met het gemeenschappelijk uitspreken van het Onze Vader. Lied 791 is het slotlied en nadat de dominee de zegen heeft uitgesproken worden van lied 416 de verzen 1,2 en 4 gezongen. Na afloop van de dienst is er gelegenheid om in gebouw Elim de doopouders te feliciteren en een kop koffie, thee of fris te drinken.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Ouderling visitator PKN Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Doopdienst in Oude Helenakerk

  1. theo derksen schreef:

    Wat vredelievend allemaal. Fantastisch! De realiteit is helaas een andere.
    Wanneer je als Katholiek, en dat zijn we allemaal die in God geloven, op het verkeerde moment op de verkeerde plaats vertoeft, dan is het leven voorbij. Jong of Oud. Niet te geloven, maar het is niet anders. Of toch?
    Theo

Reacties zijn gesloten.