Jezelf liefhebben als je naaste

Dit is het thema van een dienst in de Zuiderkerk die is voorbereid door een paar leden van de groep die zich nog steeds Kerk in Uitvoering noemt. Tussen half tien en tien is er gelegenheid koffie te drinken, kinderen zitten aan een lange tafel opzij van de preekstoel te tekenen en voorafgaande aan de dienst oefent A-company, onder leiding van Johan Klein Nibbelink, met de kerkgangers twee liederen. Het eerste is ‘Zing een nieuw lied’, het tweede een lied in het Engels met Nederlandse tekst op het scherm. Bij de tien kinderen aan de lange tafel komen nog een paar zitten, het worden er achttien in totaal. Marlies en Herco van KiU komen binnen en nemen plaats op de voorste bank, even later gevolgd door de kerkenraad die ds. Marieke Andela binnen brengt. ‘Zing een nieuw lied’ is het openingslied. Marlies heet ons welkom en zegt ‘Ik ben ik’. Ze is geen lid van een sportvereniging maar wel druk voor kerk, twee keer in de week vergadert ze. Wie ben ik? Daar gaat het in deze dienst over. Lied 288 wordt gezongen, Bert gaat voor in gebed en licht dan het te zingen lied toe. De eerste zin ervan sprak me direct al aan. Hij was aan het zoeken op internet, vond een Amerikaanse evangelist en die had het over het universum. Over het melkwegstelsel, de vele sterren en de grote getallen die daarbij horen. ‘Wanneer ik naar uw hemel kijk, wat voel ik mij dan klein!’ is de eerste regel van het lied dat wordt gezongen.
De dominee maakt een praatje met de kinderen. ‘Vandaag is toch wel een bijzondere dag, waarom?’ Het antwoord komt direct: ‘Het is Moederdag’. Op de vraag Heb je al iets leuks voor je moeder gedaan komen diverse antwoorden. Een cadeautje, ik heb een taart gebakken, een schilderij met daarop: Hotel Mama. ‘Weet je wat het allergrootste cadeau voor je moeder is?’ De kinderen kijken even om zich heen. ‘Dat ben jij!’ Vandaag denken we na over hoe we naar onszelf kijken, hoe we naar elkaar kijken en hoe God naar ons kijkt. Vroeger mocht je niet zeggen hoe geweldig je wel bent, tegenwoordig wel. ‘Waar ben jij goed in?’ de volgende antwoorden worden gegeven: Lezen, gymnastiek, paardrijden, tennis. ‘Wil je de beste van Aalten, van Nederland worden?’ De dominee vertelt dat ze laatst een meisje hoorde zeggen dat ze kampioen van de wereld wilde worden. ‘Jullie gaan nu naar de nevendienst, misschien maken jullie wel iets geweldigs voor je moeder’.
Dan krijgt Henk het woord, hij spreekt enkele woorden over ‘Wie ben ik?’ Hij zegt enkele stellingen die te maken hebben met het thema. Ik heb altijd gelijk. Ik zeg nooit waar het op staat. Ik neem alles en iedereen serieus. Ik zeg nooit sorry en heb nergens spijt van. Ik geloof niet in complimenten. Ik sta lang stil bij dingen uit het verleden. Ik houd niet van vreemde nieuwe mensen, die ga ik uit de weg. Ik ben 39, mij leer je niks meer. Ik vat alles persoonlijk op. Ik hou niet van een ander, ik hou niet van mezelf. Dan verschijnt een filmpje op het scherm, Harry Jekkers zingt ‘Ik hou van mij’. Bert leest Johannes 15:12-17 uit de Bijbel in gewone taal. A-company zingt ‘A new commandment’.
De dominee begint haar overdenking met: ‘Beste vrienden houd van elkaar, heb elkaar lief’. Het is een prachtig gebod van Jezus, het staat centraal in de Bijbel. Het heeft ook schaduwkanten. Altijd jezelf geven voor de ander, waar blijf je zelf? De dominee moet denken aan een verhaal van Anselm Grün. Er was eens een man die ontevreden was over zichzelf. Zijn eigen ik volgde hem als een schaduw. Op een dag probeerde hij bij zijn schaduw weg te lopen, dat lukte niet. Zijn schaduw volgde hem moeiteloos. Toen ging hij nog harder lopen. Dat hielp ook niet. Was hij nou maar in de schaduw van een boom gaan zitten, of even stil blijven staan. Veel mensen hollen maar door, van de ene activiteit in de andere. Ze vluchten voor hun eigen schaduwkant. Misschien is dat wel het waardevolle van een uur in de kerk: even niet hollen en je krijgt van alles aangereikt. Zoals het lied dat Bert aankondigde, gebaseerd op Psalm 8. Daarmee begint het: Je bent gekend, wie je ook bent. Je bent geliefd, wat anderen ook van je vinden. Je kunt geen liefde geven als je geen liefde ontvangen hebt. Ontvangen is ook geven. Je kunt een tekening van je kind krijgen en na een uur weggooien. Dan geef je geen liefde, dan straal je uit dat alles van jou afhangt. Maar als je die tekening ophangt dan groeit je kind. Wat Jezus zegt kun je ook omdraaien: Heb jezelf lief als je naaste. Heb achting voor wie je bent. Want als je nooit zegt: Ik heb mezelf lief dan kun je die ander ook niet liefhebben. De dominee vertelt een verhaal uit de Joodse traditie. Over God die Sammy kwijt is, en hem overal zoekt. Als hij uiteindelijk tevoorschijn komt vraagt de Almachtige: ‘Waar was je Sammy? Je ziet er zo moe uit.’ En Sammy antwoordt: ‘Ik was bezig Mozes te worden, Mozes is zo groot, zo sterk, zo gelovig, zo dicht bij U. Ik wilde als Mozes zijn, zo groot en sterk.’ Toen werd God boos en zei: “Jongen toch, Ik heb je niet als Mozes gemaakt, Ik heb je als Sammy gemaakt, en dan moet je ook Sammy zijn.’ Als jij verantwoording moet afleggen zal je worden gevraagd of je jezelf bent gebleven. Het is vandaag Moederdag. Mijn moeder zei: Wees zuinig op jezelf. Dat betekent: Heb respect voor wie je bent en voor wie je niet bent. Als je jouw eigen grenzen respecteert kun je ook de grenzen van een ander respecteren.
Na het amen spreekt Herco een tekst ‘Ons licht laten schijnen’ die aan Nelson Mandela wordt toegeschreven maar afkomstig is van Marianne Williamson (A return to love). Terwijl Herco de tekst leest speelt Johan op de piano. ‘Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn. Onze diepste angst is dat we oneindig machtig zijn. Het is ons licht, niet onze duisternis waar we het allerbangst voor zijn.
We vragen ons af: Wie ben ik dat ik briljant, buitengewoon aantrekkelijk, getalenteerd en geweldig zou zijn? Maar waarom eigenlijk niet? Je bent toch een kind van God? Je moet je niet kleiner voordoen dan je bent opdat de mensen om je heen zich vooral niet onzeker zouden gaan voelen.
We zijn geboren om de luister van God uit te dragen die in ons woont. Niet slechts in enkelen van ons, maar in ons allemaal. Als wij ons licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming om dat ook te doen. Als wij bevrijd zijn van onze eigen angst, bevrijdt onze aanwezigheid automatisch anderen.’
Marlies zegt dat ze geaarzeld heeft om het volgende lied: “Heer uw licht en uw liefde schijnen’ te laten zingen. Ook zij heeft wel eens van die perioden dat ze knorrig is. ‘Dan ben ik niet wie ik ben en schiet ik tekort. Ik heb niet genoeg geduld, ik heb niet genoeg liefde. Maar ik besef dat ik een ander niet kan veranderen, maar ik kan wel zorgen dat ik vol van liefde ben’. Er is een mededeling van overlijden waarna de dank- en voorbeden en stil gebed en het Onze vader volgen. Tijdens de collecte zingt A-company ‘Friends’, komen de kinderen weer terug in de kerk met op een stokje een hartje voor hun moeder. Het slotlied is ‘Zegen mij’. (Noot: Misschien ligt het aan mij, maar de muziek en zang van A-company vond ik bij de laatste twee liederen niet hun beste.) De dominee is op de preekstoel gaan staan om de kerkgangers de zegen mee te geven.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Min. van Fin. Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.