Belijden en omzien naar elkaar

Aan het slot van zijn verkondiging citeert ds. Hendrik Jan Zeldenrijk uit een artikel van prof. Erik Borgman in Trouw van 24 febr. jl. De professor heeft een artikel geschreven onder de titel ‘Laat kerk de vreugde van het Evangelie hervinden’. Borgman schrijft naar aanleiding van de enquête van de PKN onder haar leden en zegt onder meer: ‘Dit is ons probleem. We beseffen blijkbaar niet langer dat we redding nodig hebben, en constateren daarom ook niet meer buiten onszelf van vreugde dat in Jezus redding van Godswege onder ons is komen wonen en ons bestaan in zijn Geest voluit leven wordt. Hoezeer zij het haar leden ook naar de zin maakt, als de kerk dit niet hervindt, heeft zij geen belang’.
Op deze Palmpasen gaan Greet en ik naar de Oude Helenakerk. Bij de ingang ligt de melodie en tekst van het projectlied. Naast de kansel staat de tekening die vandaag bij het verhaal van het Paasproject hoort. Naast de avondmaalstafel staat op een afzonderlijke tafel het liturgisch bloemstuk. ‘Wat mooi orgelspel’, hoor ik om me heen, vlak voor het begin van de dienst in de Oude Helenakerk. Hans te Winkel speelt oudvaderlandse liederen, bekend voor wie ze nog op school heeft geleerd. Riek Aalbers verwelkomt de kerkgangers en leest enkele mededelingen. In de komende week is er elke avond een korte dienst in deze kerk, op donderdagavond zal het avondmaal worden gevierd. Lied 283 wordt gezongen, de dominee gaat voor in gebed en hij kondigt aan dat de kinderen wat eerder naar de nevendienst gaan. Straks zullen we wel zien waarom. Het projectlied wordt gezongen waarna de kinderen bij de preekstoel komen staan, vlak voor de grote tekening. Heidi Ebbers staat klaar om het erbij behorende verhaal te vertellen. Een van de kinderen herkent Eefje op de plaat. Zij is met de trein op weg naar haar opa. Vandaag komt de trein op het station aan. Eefje ziet in de verte haar opa. Negentien kinderen gaan naar gebouw Elim, de dominee herinnert hen eraan dat ze de kaars nog moeten aansteken. ‘Zonder kaars gaat het niet’.
Het liturgisch bloemstuk wordt toegelicht. Het wordt gevormd door rode rozen die voor een paar dode takken liggen. Twee handen, gevormd uit stalen draad, steken uit het bloemstuk omhoog. De dominee leest de bijbehorende tekst en lied 542 wordt gezongen. Er zijn twee Bijbellezingen, de eerste is Marcus 11:1-11, de intocht van Jezus in Jeruzalem, de tweede is uit Marcus 14:1-11, de vrouw die Jezus zalft met kostbare olie. Zijn verkondiging begint de dominee met te zeggen dat hij zich zal richten op het tweede verhaal. Vlak voor de ontknoping van de weg die Jezus is gegaan wordt Jezus gezalfd door een vrouw. Haar naam wordt niet genoemd, maar wat ze doet krijgt alle aandacht. Ze komt binnen met een flesje gevuld met nardusolie, breekt het en giet het uit over het hoofd van Jezus. ‘Wat is dat nou weer, wie doet zoiets?’, vragen sommige zich af. De waarde van de olie was hoog, je moest er een jaar voor werken. Hoeveel armen zouden daarmee niet geholpen kunnen worden? Jezus, die altijd heeft opgeroepen om de armen te helpen, hoort dat en zegt: ‘Laat haar met rust, ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie. Wat ze kon, heeft ze nu al gedaan: ze heeft mijn lichaam met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis’. Jezus zal als een misdadiger sterven en worden begraven. Maar Hij gaat het graf in als een koning. De armen zijn er altijd, het zalven van Jezus heeft prioriteit. De vrouw geeft te kennen dat ze alles voor Hem over heeft, Hij is het die mij redt.
Jezus belijden, Jezus eren zoals deze vrouw, en omzien naar elkaar is dat ook in onze tijd nog een schijntegenstelling? Jezus belijden of de armen helpen? Vanuit de liefde van God ga je omzien naar elkaar. Vaak hoort de dominee zeggen: ‘Voor mijn geloof heb ik de kerk niet nodig. Ik probeer goed te leven en mensen te helpen’. Jezus onderscheidt in het gelezen gedeelte twee dingen. Hem belijden en omzien naar elkaar. Nu is Hem belijden nodig. Het is en èn. Maar soms heeft het ene prioriteit. De dominee vindt het een spannende vraag en legt het aan zijn gehoor voor. Is er van deze twee dingen in ons leven misschien iets op de achtergrond geraakt? De kerk zou moeten proberen om de liefde tot God en de liefde tot de mensen recht te doen, in balans te houden. Hoe is dat in Aalten? Niet zoveel anders dan elders. Wij vinden belangrijk wat de mensen voelen, denken en willen. Neem nou de diensten. Voor een grote groep spraken ze niet meer aan. Het moet anders, flitsender, andere muziek, andere vormen. Het moet meer gericht zijn op mijn leven. Dat is goed, ik steun het van harte.
Maar er is ook de vraag: Waar staan we als kerk nou voor? Het zijn niet alleen de mensen die wegblijven die zeggen dat ze goed zijn voor de mensen, dat zeggen ook mensen die wel naar de kerk gaan. Is het Evangelie voor wie het hoort nog altijd de boodschap van grote vreugde zoals voor de vrouw met de albasten kruik? We zien de kerk leeglopen, we proberen het iedereen naar de zin te maken. De vraag is of de boodschap nog altijd is dat we redding nodig hebben. Dat je daar blij en dankbaar van wordt. Dat is dat Jezus onder ons is gekomen om ons te redden en dat je bestaan daardoor op zijn kop wordt gezet. Gebeurt dat onder ons nog? Ik hoor sommigen denken: ‘Hallo dominee, dat is niet iedereen naar de zin maken, daarvoor komen we niet terug.’ En toch, niet zo lang geleden las ik een artikel van Erik Borgman. De dominee citeert: ‘Dit is ons probleem. We beseffen blijkbaar niet langer dat we redding nodig hebben, en constateren daarom ook niet meer buiten onszelf van vreugde dat in Jezus redding van Godswege onder ons is komen wonen en ons bestaan in zijn Geest voluit leven wordt. Hoezeer zij het haar leden ook naar de zin maakt, als de kerk dit niet hervindt, heeft zij geen belang’. Amen.
Lied 543 wordt gezongen waarna de dominee vraagt of er iemand van de diaconie aanwezig is om de collecte voor het project van kerk in Actie toe te lichten. Er is niemand, de dominee doet het zelf. Kerk in actie steunt een project in Bangladesh. Dat is een overwegend islamland. Er is ook een kleine christelijk kerk die groeit. De mensen zijn er arm, ze verdienen gemiddeld € 1 per dag. De broeders van Taizé steunen de kerk. Zonder opleiding is er voor de mensen geen werk. Zoals Chompa. Haar vader verdient niet genoeg om zijn gezin te kunnen onderhouden. Voor jonge vrouwen wordt een naaicursus aangeboden. Als Chompa een naaimachine krijgt kan ze haar vader helpen. Voor € 60 krijgt een vrouw een cursus en een naaimachine. Na een mededeling van overlijden en de dank- en voorbeden wordt de collecte gehouden. De kinderen komen weer binnen. Ze hebben elk een Palmpasenstok gemaakt met een broodje, in de vorm van een haantje, bovenop. Ze lopen een rondje door de kerk en stellen zich bij de kansel op. Ze zingen een Paasliedje: ‘Palm palm Pasen hei koerei over enen zondag krijgen wij een ei één ei is geen ei twee ei is een half ei drie ei is een paasei’. Lied 578 is ons slotlied waarna de dominee de kerkgangers na het geven van de zegen heen zendt.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Min. van Fin. Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Belijden en omzien naar elkaar

  1. Hans te Winkel schreef:

    Dag Tijme,
    Het staat er weer mooi op.
    Voor de dienst speelde ik alvast lied 563 een paar keer voor aangezien dat een onbekend lied is evenzo onbekende melodie.
    Daarna lied 435 Heft op uw hoofden hoofden, poorten wijd. Een adventslied met een tekst die perfect past bij Palmzondag. En een melodie waar je je lekker op los kunt laten om het zo te zeggen. Of dit nu een vaderlands lied is betwijfel ik. Maar de vaderen zullen het zeker kennen.

Reacties zijn gesloten.