Liefde ervaren waar je gevolgen verwacht

Aan het eind van de dienst vanmorgen in de Oude Helenakerk merkt ds. Hendrik Jan Zeldenrijk even niet wat er om hem heen gebeurt. Harry van Wijk speelt op het orgel een prachtig stuk muziek van Georg Friedrich Hándel: ‘The arrival of the Queen of Sheba’, ofwel ‘De aankomst van de koningin van Seba’ – zie 1 Koningen 10:1-13 en 2 Kronieken 9:1-12. Tijdens de collecte wordt het gespeeld, de zeven kinderen die naar de nevendienst in gebouw Elim zijn geweest komen weer binnen. Het is aangename en welluidende muziek. De dominee is er kennelijk in opgegaan want als het orgel verstomt blijft hij stil. Dan zegt hij wat en merkt op dat hij niet in de gaten had dat de kinderen alweer binnen zijn. Als de dominee weer bij de les is, zorgt hij voor een terecht applaus van de kerkgangers. Het is een schitterende compositie van de Duitse componist die in Engeland werkte. Het herinnert aan het met veel luister omgeven bezoek van de Koningin van Seba aan Koning Salomo. De muziek doet de wereld om je heen even vergeten. Het is het libretto uit het driedelig oratorium ‘Solomon’ waarvan de première in 1749 in Londen plaatvond.

Vlak voordat de dienst begint staat Harry van Wijk achter de lezenaar. Hij wil graag lied 1006 met ons doornemen. Dat zal tot besluit van de dank- en voorbeden worden gezongen. Harry zingt de eerste regels voor. Dan zingen de kerkgangers mee. ‘Hier gaat het anders’, zegt de cantor-organist en doelt op het deel van het lied dat begint met ‘Help ons samen goed te leven en te doen wat U graag wilt’. Hij wijst nog op een ‘ritmisch dingetje’ bij de zin ‘dat we goed zijn voor elkaar’. De dienst begint. Theo Bannink leest de afkondigingen. Volgende week is er slechts één dienst. Hier in de Oude Helenakerk is de afscheidsdienst van ds. Aja Yntema. In zowel Kerkvenster als in de officiële uitnodiging is een storende fout geslopen. Ds. Yntema gaat niet op 1 juli a.s. maar op 1 aug. a.s. met vervroegd emeritaat. Na het zingen van lied 283 volgen votum en groet, gebed en worden de verzen 1,2 en 3 van lied 215 gezongen. Hierna leest de dominee de ‘tien woorden’ als geloofsbelijdenis.

“Wij geloven met hart en ziel dat de Heer onze God is, de enige. Hij heeft ons bevrijd – geen andere goden zullen wij dienen, geen enkel beeld van de Levende zullen wij maken.

Wij geloven, dat wij naar zijn beeld en gelijkenis geschapen zijn – dat wij in Gods Naam zullen leven.

 Wij geloven, dat de dag van de Heer heilig is – dat allen eerbied waardig zijn die ons voorgaan naar het land van Gods belofte.

 Wij geloven, dat enkel liefde de dood overwint – dat wij elkaar trouw mogen zijn, zoals God zich met ons verbonden heeft.

 Wij geloven, dat een waarachtig getuigenis jegens onze naaste en de eerbiediging van zijn bezit God welgevallig is.

 Dat geloven en belijden wij, voor God en elkaar. Amen.”

Na het zingen van de verzen 4 t/m 7 van lied 215 mogen de kinderen naar voren komen. Het zijn er zeven. ‘Allemaal dames?’, merkt de dominee op. Hij geeft het brandend kaarsje aan een van hen en wenst ze een goede nevendienst. De dominee heeft voor de Schriftlezing vanmorgen een lang stuk gekozen. Op het leesrooster staan vaak Evangelielezingen, er wordt weinig uit de brieven van Paulus gelezen al heel weinig uit Romeinen. Hij leest hoofdstuk 4. Dat is een lang stuk met lange zinnen. U moet het maar over u heen laten komen. De kans op afhaken is groot. Daarom leest de dominee dit hoofdstuk uit de Bijbel in gewone taal. De kans op afhaken schat hij minder hoog in. Na het lezen van dit Bijbelgedeelte worden de verzen 1 en 3 van Psalm 103 gezongen.

De dominee begint zijn verkondiging met te zeggen dat hij zich kan voorstellen dat de kerkganger dit wel een heel lang en dogmatisch Bijbelgedeelte vindt. Het is eigenlijk een heel praktisch stuk. In de eerste christengemeenten was er verdeeldheid en Paulus probeert eenheid te brengen. Het is een pastoraal verhaal. Toen was het aantal christenen nog klein. Kijk wat er nu van geworden is. Over de hele wereld zijn christenen, overal zijn kerken. Maar er is ook veel verdeeldheid. Er is altijd wel een reden om te scheuren. Daarbij gaat het op de achtergrond om de vraag wie echt een christen is, wie doet het zoals het moet? Wat moet je precies doen en geloven om een rechtvaardige te zijn. De verdeeldheid heeft veel verdriet gegeven. De christenheid is verdeeld in vele koninkrijkjes.

Wat was toen, in de tijd van Paulus, het probleem? Er waren Joodse christenen en heidense christenen. Moesten de heidense christenen ook de regels van de Joodse christenen volgen? Dus de Joodse wet naleven en besneden worden. Paulus zegt dat niet de wet, niet besnijdenis maar het geloof bepalend is. Paulus kon op de tegenargumenten wachten. Was vader Abraham niet besneden? Betekende dat niet dat de heidense christenen moesten leven naar de wet en de besnijdenis? Daar valt het gelezen Bijbelgedeelte in. Paulus zegt dat Abraham geloofde en dat daarom God in hem een goed mens zag. Het gaat niet om de werken, niet om de wet, het gaat om genade. Misschien nu een ouderwets woord, maar het mag best vaker gezegd worden. Genade is de grond van ons bestaan.

Wat is nou genade? Genade is de ervaring van liefde waar je denkt dat er alleen maar consequenties zouden zijn. Genade is het kernwoord. Abraham heeft nergens recht op, heeft niets verdiend. Toch ziet God hem als een goed mens. Door de eeuwen heen hebben mensen moeite gehad met het begrip genade. Zo gemakkelijk kan het toch niet zijn, je moet toch goed geleefd hebben? Nee, het is alleen genade. Je moet mens van het geloof zijn, zegt Paulus. Dat is leven uit Gods genade. God heeft mij geaccepteerd zonder dat ik er iets voor hoef te doen.

Tot slot laat de dominee Paulus aan het woord: “In de heilige boeken staat dus dat God Abraham als een goed mens zag. Dat geldt niet alleen voor Abraham, maar ook voor ons. Want God ziet ook ons als goede mensen, omdat we in hem geloven. Wij geloven dat God Jezus Christus, onze Heer, heeft laten opstaan uit de dood. Omdat Jezus Christus gestorven is, worden onze zonden vergeven. En omdat hij is opgestaan uit de dood, worden wij gered.” Zo probeert Paulus de tot op het bot verdeelde gemeente bij elkaar te brengen. Houd op met de verschillen, hier gaat het om. Het zit in ieder mens. Mocht u in de verleiding komen om te zeggen dat u het beter doet dan een ander, lees Romeinen 4. We hoeven ons voor God en voor elkaar niet waar te maken. Daar waar je consequenties verwacht zul je liefde ervaren. Daar mag je niet alleen van zingen, maar ook uit leven. Je zult een ongelooflijke ruimte ervaren.

Na het amen van de preek wordt lied 704 gezongen en na een afkondiging van overlijden van twee gemeenteleden worden de verzen 1 en 3 van lied 754 gezongen. Na de dank- en voorbeden zingt de gemeente lied 1006. De collecte wordt gehouden. Dan speelt Harry van Wijk het muziekstuk over de aankomst van de koningin van Seba in Jeruzalem, komen de kinderen terug in de kerk en wordt lied 416 gezongen. De Zegen wordt beantwoord met het zingen van lied 425.

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004 Ouderling visitator PKN Voorz. Stichting 'Vrienden van de Aaltense Synagoge'
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.