Op heilige grond

De dienst in de Oude Helenakerk is vanmorgen een themadienst waarin voorgaat ds. Wim Everts. De organist is Harry van Wijk die voorafgaande aan de dienst twee liederen met de kerkgangers oefent. Twee liederen die tijdens de dienst zullen worden gezongen. De liederen staan in de liturgie die in stencils bij de ingang voor de kerkgangers gereed liggen. De liederen die geoefend worden zijn ‘Laudato si’ en ‘Vieni Spirito’. Marcel Driessen heet de kerkgangers welkom en leest de mededelingen. Volgende week zondagmiddag is de bevestiging en intrede van ds. F. de Jong uit Andel. Uit de bundel ‘Liefste Lied over Zee’ worden de verzen 1 en 2 van lied 56 gezongen waarna bemoediging en groet volgen.
Hierna leidt de dominee het thema in. Deze dienst is een bijzondere dienst en stond gepland voor een avonddienst. Door de bevestigingsdienst is het verschoven, daarom nu een themadienst op een morgen. ‘Op heilige grond’ is het thema. We zongen er zo net van: ‘Want heilig is de grond waar Hij aan ons verschijnt’. Bij deze woorden moeten we denken aan de roeping van Mozes. ‘Kom hier niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop u staat is heilige grond’, spreekt God vanuit een brandende struik tot Mozes. Mozes kende het gebied. Ineens ziet hij wat hij al die jaren niet gezien heeft. Het hoeft niet zo te zijn dat die grond zomaar veranderde in heilige grond, maar hij werd zich er van bewust – zijn ogen gingen open. Dat geldt ook voor ons. We zien vaak de brandende struiken links en rechts van ons niet. Misschien zijn we te gehaast of te gemakkelijk afgeleid. Misschien moeten we het opnieuw leren om stil te staan en aandacht te hebben voor de dingen om ons heen. Hier in de kerk horen we dat we op heilige grond staan, we zouden nederig onze schoenen uit moeten doen om deze ruimte te betreden. De aarde behoort toe aan God en is daarom heilig. We hebben de aarde ontvangen als een geschenk. Wat hebben we met de aarde gedaan?
Het gebed voor de nood van de wereld wordt uitgesproken en tijdens dit gebed wordt drie keer lied 301E gezongen. Hierna wordt lied 303 als Glorialied gezongen en spreekt de dominee het gebed om de leiding van de Geest uit. Hij ziet twee kinderen. Willen die liever bij hun vader in de orgelbak blijven of met Marienke mee naar de nevendienst? De kinderen komen bij de dominee. Het is fijn dat jullie er zijn. In de Oosterkerk is een bevestigingsdienst van nieuwe ambtsdragers en eigenlijk is het vreemd dat er dan tegelijkertijd een parallel dienst is. Het kaarsje wordt aangestoken en de kinderen gaan naar de nevendienst. Hierna worden de verzen 1,2,24 en 27-30 van Psalm 104 gelezen. Na het zingen van lied 31 uit het ‘Liefste Lied’ begint de dominee aan zijn verkondiging.
‘Hoe zien we de wereld om ons heen?’ Dat kan op verschillende manieren. De wereld is te zien als een ding. Als iets dat waarde heeft voor zover wij het kunnen gebruiken voor onze eigen doeleinden. De geschiedenis laat zien dat mensen zich van alles hebben toegeëigend uit hebzucht en materialisme. Daardoor is de Schepping van God aangetast. De wereld kan ook gezien worden als een organisme waarin alles met elkaar verbonden is. Wat er met het ene gebeurt kan grote gevolgen hebben voor het geheel. Denk bijv. aan de gevolgen van bijensterfte voor de beschikbaarheid van voedsel. Ook wij mensen maken deel uit van dat grote geheel. Hoe zie je de wereld? Naast deze vraag is er de vraag: Hoe zie je God? God kan gezien worden als een wezen ver weg die van buitenaf ingrijpt in onze wereld maar verder de wereld overlaat aan haar lot. God kan ook anders gezien worden. Als een persoonlijke werkelijkheid die zich op oneindig veel manieren verbonden heeft met Zijn Schepping. Er is een relatie tussen hoe de wereld gezien wordt en hoe God gezien wordt. Als de wereld als een ding gezien wordt, dan past dat bij een beeld van een God op grote afstand. Maar als je de wereld ziet als een levend geheel dan is God onafscheidelijk verbonden met de wereld waarin we leven. Hoe kun je de relatie van God met de wereld dan zien? Hierover bestaan verschillende opvattingen.
Zo is er het Deïsme. De dominee wijst op de tekeningen in de liturgie. In het Deïsme is God de verre en verhevene. God is afgescheiden van de wereld en heeft er geen bemoeienis mee. Hij is als een horlogemaker die het uurwerk heeft gemaakt en ervoor heeft gezorgd dat het uit zichzelf verder loopt en er niet meer naar hoeft om te kijken. Dan is er het Pantheïsme. Pan betekent alles. Pantheïsme betekent alles is God. De wereld en God vallen samen. God is niet te situeren tegenover de natuur, God gaat op in de natuur. Tenslotte is er het Panentheïsme. Het woordje en staat voor in. Alles is in God, alles bestaat in God. God en onze wereld zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Toch blijft God de verhevene die de door Hem geschapen wereld overstijgt. Die gedachte vind je terug in de Bijbel. Paulus zegt: ‘ … aangezien Hij van niemand van ons ver weg is. Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij’ (Hand. 17: 27 en 28). God is niet een God ergens of daarginds, apart en afgescheiden van onze wereld. Maar een God, Die onze werkelijkheid van alle kanten omgeeft. De wereld staat niet los van God maar zij bestaat in God als de alomvattende werkelijkheid.
Kerkvader Augustinus gebruikt hier een heel mooi beeld voor. Augustinus ziet God als een zee die oneindig groot is en ziet de wereld als een spons. De spons is omsloten door de zee van God. De zee van God die de spons van alle kanten omgeeft en haar doordringt. Ook in Psalm 104 leren we God kennen als Degene die op oneindig veel manieren verbonden is met onze wereld. De Psalm ziet hoe in alles wat God geschapen heeft wij in aanraking komen met God en iets mogen bespeuren van Gods heerlijkheid en macht. God en Zijn Schepping horen bij elkaar. Vergrijpen wij ons aan Zijn Schepping dan vergrijpen wij ons aan God zelf. Een tijdje geleden kwam in de r.k. kerk de encycliek ‘Laudato si’ uit. Daarin schrijft de paus: ‘De Geest is ten innigste tegenwoordig in het hart van het heelal en bezielt het en wekt het op tot nieuwe wegen’. Zo kun je zeggen dat God met Zijn Geest de ziel is van het heelal. God is ons meer nabij dan wij kunnen denken. Op een verborgen manier, van binnenuit. Voortdurend wil God Zijn invloed laten gelden door de vernieuwende kracht van de Geest. Het lied ‘Laudatio si’ – geprezen zijt Gij – wordt gezongen. Hierna zegt de dominee dat het lied in Duitsland veel gezongen wordt en tot de populairste van de jongeren daar behoort.
‘Hoe zie je nu de mens?’, is een volgende vraag. Eerst wordt Genesis 2: 7 gelezen. ‘Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.’ De Mens is genomen uit stof, uit aarde. In het Hebreeuws staat er adama. Daarom heet de mens Adam, het betekent eigenlijk aardwezen. Zo behoort de mens tot de aarde. Als Paulus in 1 Cor. 15 zegt: ‘Wij dragen het beeld van het stoffelijke’ dan bedoelt hij hetzelfde te zeggen. En na de zondeval krijgt de mens te horen dat hij zal terugkeren tot de aarde, Gen. 3:19. De mens is alleen maar stof van de aarde. God heeft ons geformeerd, geboetseerd uit het stof van de aarde. Er zat nog geen leven in. Toen heeft God de mens Zijn levensadem ingeblazen. Over dat stof leert de natuurwetenschap dat de materie waaruit ons lichaam bestaat gevormd is in het binnenste van een ster, miljarden jaren geleden. Toen die ster aan het einde van zijn bestaan was is hij geëxplodeerd en de materie, in haar gevormd, is de ruimte in geslingerd. Uit die stofwolken, zo zegt de wetenschap, zijn onze zon, de planeten, de aarde en ook wij ontstaan. Aan de ene kant zijn wij stof van de aarde en tegelijk worden we beademd door de Schepper van het universum.
De dichter van Psalm 8 heeft het zo mooi onder woorden gebracht. De dominee leest Psalm 8:4-7. In deze Psalm zien we de tweeheid van de mens. De mens wordt een sterveling genoemd. In vergelijking met het heelal en de ontelbare sterren is hij maar een stofje. Toch is er de verwondering dat God naar deze mens omziet. God heeft dat stofje gekroond met glans en glorie. God ziet naar ons om, bijna goddelijk heeft hij ons gemaakt. Zoveel heeft God aan ons toevertrouwd. God heeft alles aan onze voeten gelegd, zegt de Psalm. Hij heeft ons in het midden van de Schepping geplaatst met de opdracht de aarde te bewerken, beschermen en bewaren. De mens mag heersen over de Schepping. Een heersen dat gericht is op het behoud van Gods Schepping. Zorg dragen voor alles wat ons is toevertrouwd. Dat heersen is niet uitbuiten of plunderen van de schatten van de aarde. Dat heersen is dienen, hoeden en bewaren. We zijn niet op onszelf, we leven in Gods wereld.
Kijk om je heen, we staan op heilige grond. We leven in een wereld die oneindig veel rijker, hoger en dieper is dan we kunnen bevatten. Zien we terug, dan ligt bij God de bron van ons bestaan. God staat aan het begin. Wij komen van God. Wanneer we zien naar de toekomst, ook daar is God. We keren naar God terug. Alleen bij God is leven en toekomst. En hier, in het hier en nu, mogen we leven in Gods nabijheid. Ook hier, op deze plaats, staan we op heilige grond. Dit is een huis van gebed. Hier wil God tot ons spreken. Hier leren we om in zoveel dingen om ons heen iets te zien van Gods aanwezigheid. Hier ontvangen we brood en wijn, de zichtbare tekenen van Gods verborgen aanwezigheid. In onze wereld en in Christus. Want Jezus liet ons zien wie God is en wie wij mogen zijn.
Terug naar het begin, naar Mozes. Die wordt geroepen om een zware taak te volbrengen. Hij moet het volk Israël leiden uit de slavernij van Egypte. De weg die Mozes moet gaan begint bij de heilige grond waarop hij staat. Ook wij worden geroepen, ook wij hebben een opdracht te vervullen. Onze weg begint vanaf de heilige grond waarop wij staan. Het heilige, de tastbare blijken van Gods aanwezigheid zijn overal om ons heen. Als we onze harten er maar voor openen, met aandacht leven, niet te gehaast zijn. Opdat je ziet dat God juist hier en nu met ons is. Dat je zult leven in eerbied en verwondering, dat je behoedzaam zult omgaan met deze aarde, ons gemeenschappelijk huis. Dat je zorg zult dragen voor je medemens, want er is een heiligheid in ieder mens. De grond waarop je staat is heilige grond.
Na het amen van de preek worden van Psalm 8 de verzen 1,3,4 en 6 gezongen. Na een mededeling van overlijden van een gemeentelid worden de verzen 1 en 3 van lied 982 gezongen. Hierna volgen de dank- en voorbeden, onderbroken door het zingen van ‘Vieni Spirito Creatore’ (Kom Schepper Geest) en afgesloten met het Onze Vader. De collecte volgt. Die is voor het Restauratiefonds, voor onderhoud van deze heilige plek. Tot slot wordt lied 978 gezongen. De dominee deelt nog mee dat wie door wil praten over dit thema morgenavond om acht uur welkom is in gebouw ‘Elim’. Daarna geeft de dominee de kerkgangers de zegen van de Heer mee.
(Noot. Twee keer sprak de dominee over verschuiving van diensten. De afscheidsdienst van ds. De Jong is vandaag in Andel, de intrede in Aalten is volgende week zondag. In een bericht in Kerkvenster las ik dat ‘kerkordelijk zou de intrede dienst één week na de afscheidsdienst moeten plaatsvinden.’ Die bepaling kan ik in de geldende Kerkorde niet vinden. Wel bepaalt de Kerkorde dat ‘De beroepen predikant en de betrokken kerkenraden komen overeen wanneer de predikant aan de nieuwe gemeente verbonden zal worden’. Het bericht in Kerkvenster doet bij mij de vraag rijzen of dat voorgeschreven overleg wel op een ordentelijke manier heeft plaatsgevonden).

Over Tijme J. Bouwers

Doctoraal economie RU Groningen 1967 Mil. Dienst, 1968-1969, oud res. officier cavalerie Prov. Zuid-Holland, afd. toezicht gemeentefinanciën Min. van Fin. Inspecteur Rijksfinanciën 1972 - 1976 Burgemeester Ferwerderadeel 1976 - 1988 Burgemeester Aalten 1988 -2004
Dit bericht is geplaatst in Kerk, PKN. Bookmark de permalink.